Op zoek naar alternatieven voor chemische bodemontsmetting zijn biologische controle-organismen (BCO's) in de bodem getest. Vooralsnog zonder succes.
"Het is nog niet helemaal duidelijk waarom we in geen enkele proef een werking van de BCO's hebben waargenomen. Proeven in de literatuur tonen aan dat gunstige effecten van de betreffende BCO's terug te vinden zijn, maar deze zijn veelal uitgevoerd in substraten. Het is echter duidelijk dat de resultaten niet één op één over te dragen zijn naar teelten in volle grond", constareren de onderzoekers na het afronden van het VLAIO-project ALTCHEM.
Het aanwezige microbioom of fysico-chemische eigenschappen van de bodem zullen hoogstwaarschijnlijk een grote rol spelen in hoe deze ingebrachte micro-organismen zich kunnen ontwikkelen in de bodem, stellen de onderzoekers die meer onderzoek nodig hebben om de meerwaarde van BCO's in de grondteelt aan te tonen.
Bodemplagen
De onderzoekers van Inagro hebben ook gewerkt aan het ontwikkelen van monitoringstechnieken voor BCO's in de bodem. Het onderzoek is uitgevoerd in kropsla, veldsla en bij grondwitloof voor Rhizoctonia solani (zwartrot) in kropsla, Pythium sylvaticum (vergelingsziekte) in veldsla en bij grondwitloof tegen Sclerotinia sclerotiorum (rattenkeutelziekte).
Daarnaast is in de veldproeven ook gekeken naar de werking op de van nature aanwezige pathogenen zoals Botrytis cinerea (grauwe schimmel), Phytophthora cryptogea (bruin penrot), en Fusarium oxysporum f.sp. lactucae (Fol) (verwerkingsziekte).
Lees meer over het onderzoek en hoe het exact is uitgevoerd bij Inagro.